Kostenvergoeding voorstel ingediend bij Vesteda door HBV Detroit

31 december 2018

 17:11u

leestijd 2 min.

aanvraag financiële vergoeding verhuurder Wohv - recht op kostenvergoeding

Tot heden zijn al onze verzoeken door Vesteda afgewezen. Dit is onze laatste poging om conform de Wohv een kostenvergoeding af te dwingen. Een document van 21 pagina’s is naar Vesteda gestuurd en is volledig lijn met art. 7 van de Wet op het overleg huurders verhuurder (“Wohv“). Een gebrek aan financiële middelen werkt beperkend en is in strijd met het wettelijk kader. We hebben de volgende bronnen gebruikt: de Woonbond, de wet en onze statuten. Onderaan deze blogpost tref je een kopie aan van het document.

Eerdere verzoeken zijn afgewezen

Sinds onze oprichtingsfase zijn al onze verzoeken afgewezen en heeft verhuurder Vesteda nooit om aanvullende onderbouwingen gevraagd of bereidheid getoond om de voorstellen tijdens overleg te bespreken.

Zie ook:

Wel is kostenvergoeding kort besproken tijdens overleg met Vesteda aan het begin van dit jaar, maar ook dat heeft niet geleid tot een akkoord.

Voorwoord van het voorstel

Voor u ligt de aanvraag van Huurdersvereniging Detroit voor een financiële vergoeding van de verhuurder voor 2018 en 2019 onderbouwd door de beschrijving van onze activiteiten en begroting.

Als huurdersbelangenvereniging (‘HBV’) vertegenwoordigen wij de belangen van de leden die bij Vesteda (‘verhuurder’) een appartement huren aan de Veemkade 396 t/m 552 te Amsterdam in het gebouw bekend onder de naam ‘Detroit’. De vereniging is actief sinds 30 november 2016 en statutair opgericht per 1 juni 2017.

Vanaf aanvang van de activiteiten heeft de HBV aan verhuurder voorstellen gedaan voor een financiële vergoeding. Tot op heden heeft de verhuurder nooit om aanvullende onderbouwingen gevraagd en geen bereidheid getoond om de voorstellen te bespreken. Verhuurder verwijst telkens naar een afspraak gemaakt tussen Vesteda en Vesteda Platform over een basisvergoeding en wil daar niet van afwijken. Een fragment van die afspraak is voor 2019 als volgt geformuleerd:

“… In samenspraak met het Platform is de vergoeding vastgesteld op €6,25 per woning per kalenderjaar, met het gestelde minimum bedrag van €400 en met een maximum bedrag van €1.000. Het bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal woningen op 1 januari 2019. De vergoeding zal in januari/februari 2019 overgemaakt worden.
Indien het aan u toegekende bedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van uw taken als huurdersorganisatie, kunt u voor de vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de Wohv contact met mij opnemen….”

Conform bovenstaande zou onze HBV voor 2019 een vergoeding moeten ontvangen van €493,75. Vanwege een gebrek aan tijd is het bestuur onder protest akkoord gegaan met een vergoeding van €481 voor 2017. Voor 2018 hebben onze voorstellen nergens toe geleid en is er ook nooit een vergoeding ontvangen van verhuurder.

De genoemde afspraak beschouwt het bestuur als richtlijn, kan nooit opgelegd worden en dekt tevens de kosten niet van de HBV. In dit document onderbouwen we dat een hogere vergoeding noodzakelijk is voor het runnen van de HBV.

Een tekort aan financiële middelen werkt beperkend en strijdig met wettelijke kader.

Gebruikte bronnen

  1. document “Handreiking financiering huurdersorganisaties in de commerciële sector” van de Woonbond (versie september 2018) – pdf | link
  2. Wet op het Overleg Huurders Verhuurders (“Wohv”) – link
  3. Onze statuten – link

Gerelateerde documenten

Document ‘detroit – aanvraag financiele vergoeding vesteda – 2018-2019 – v1.0_Redacted.pdf’


Versie: 1.0
Taal: Nederlands

document: ‘2018-09 – handreiking financiering commerciele sector – versie 3.pdf’

Versie: september 2018
Taal: Nederlands

deel deze post via:

deel deze post via:

gepubliceerd op 31 december 2018

 om 17:11u

deel deze post via:

alle blogpost onderwerpen: